HET DIESELGEMAAL OVER- EN NEDER-SLINGELAND

HET DIESELGEMAAL OVER- EN NEDER-SLINGELAND     Aan de Postkade 1 in Giessenburg staat het gemaal Over- en Neder-Slingeland. Het is eigendom van de Regionale Gemalen stichting (RGS) Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en is in 2014 en 2015 door vrijwilligers grondig gerestaureerd. Het gemaal ligt langs de Smoutjesvliet ten zuidoosten van de kruising N 214 – … Vervolgd

HET DIESELGEMAAL OVER- EN NEDER-SLINGELAND

 

 

Aan de Postkade 1 in Giessenburg staat het gemaal Over- en Neder-Slingeland. Het is eigendom van de Regionale Gemalen stichting (RGS) Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en is in 2014 en 2015 door vrijwilligers grondig gerestaureerd.

Het gemaal ligt langs de Smoutjesvliet ten zuidoosten van de kruising N 214 – N 216.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het dieselgemaal voor de restauratie.

Molens

De polders Over- en Neder-Slingeland werden aanvankelijk bemalen door twee molens, die ieder afzonderlijk het hele gebied konden bemalen. Het water werd via Kinderdijk in de Lek geloosd. De polder had twee wipmolens. De Linkse molen van Overslingeland stond aan de oostkant van de Giessen, schuin tegenover de nog bestaande Oudendijkse molen in Hoornaar. De Nederslingelandse Kademolen stond ongeveer 1900 meter naar het westen, langs de Smoutjesvliet. De gegraven waterdoorgang kwam uit op de Giessen en behoorde daarom tot het waterschap

De Overwaard. De Nederslingelandse molen brandde in 1837 af door blikseminslag, werd op de oude fundering herbouwd en was zeven maanden later al weer in bedrijf.

Op 16 juli 1900 werd deze molen langs de Postkade opnieuw door bliksem getroffen en brandde tot de grond toe af.

 

 

Caarte van den Overwaart uit 1706. Regionaal Archief Dordrecht.

                             N.G.C., 12 augustus 1900.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stoomschepradgemaal

In november 1900 werd op de fundering van de afgebrande Kademolen een stoomgemaal gebouwd. Het werk werd aangenomen door de heren Kreukniet uit Giessen-Nieuwkerk en Oskam uit Peursum voor ƒ 2850. De machine werd voor ƒ 10.300 geleverd door de heer Louis Smulders uit Utrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 28 februari 1901 werd een proefbemaling gedaan door de juist benoemde machinist L. de Kreij. In 1902 werd hij benoemd tot polderbode. Het gemaal voldeed zo goed dat het polderbestuur oordeelde dat de Linkse molen van Overslingeland overbodig was en gesloopt kon worden. Een andere bron vertelt dat de sloop te maken had met het samenvoegen van de polders in 1902. In dat jaar werden de polders Overslingeland en Nederslingeland samengevoegd tot de polder Over- en Neder-Slingeland. De Linkse molen werd in 1903 gesloopt.

  1. de Kreij was hulpmachinist tot 1926. L. de Kreij was machinist tot april 1927. In zijn plaats werd Jan Vas de Kreij benoemd met een jaarwedde van ƒ 300.

In 1931 werd een overeenkomst gesloten met de polder Nieuw-Goudriaan inzake het wederzijdse hulpmalen bij het buiten dienst zijn van een machine. Daarvoor werd in de landscheiding tussen de beide polders een doorgangssluisje gemaakt. De verbindingssluis werd gesloten met twee verschillende sloten. De voorzitters van de polders hadden beiden van elk een sleutel.

 

 

 

Dieselgemaal

In februari 1939 werd besloten het gemaal te moderniseren. Hiertoe werden geldleningen afgesloten van ƒ 10.000 en ƒ 7000. Architect was de heer C. Roozendaal uit Noordeloos, opzichter van de polder. De laagste inschrijvers bij aanbesteding op 13 april 1940 waren

  1. Donk Hzn. ƒ2698 voor het timmerwerk, Gebr. T. Muis ƒ 4296 voor het metselwerk,

Fa. Uittenbogert uit Noordeloos ƒ 85 voor het schilderwerk en H.J. Harrewijn ƒ 109,50 en

ƒ 99 voor het smids- en loodgieterswerk.

In 1940 werd het Stoomwerktuig te koop aangeboden en in augustus werd begonnen met de bouw van het motorgemaal. Het gebouwtje zou worden verwarmd met het koelwater van de motor en verlicht met behulp van een gelijkstroomdynamo en een batterij. Tijdens de bouw van het nieuwe gemaal nam het gemaal van de polder Zuidzijde het afvoeren van het overtollige water over. Het stoomgemaal werd vervangen door een ruwoliebemaling. Hiervoor werd in Manchester een liggende Crossley 50 pk tweecilinderdieselmotor aangeschaft. De 350-400 toeren/min. lopende motor dreef het 8-9 toeren/min. draaiende rad aan. Voor de overbrenging werd bij dit gemaal voor het eerst gebruik gemaakt van tandwielen in een gesloten kast. Deze kast werd geleverd door de Fa. Rademaker uit Rotterdam.

 

Machinist Vas de Kreij bij het gemaal aan de Postkade. V.l.n.r.: Jan Vas de Kreij,

Anthonie de Kreij, Macheltje Siebeling-Duijzer, Gert Siebeling en Maria Martina de Kreij-de Bil.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het polderbestuur bang dat de Duitsers de motor in beslag zouden nemen. Daarom werd besloten de motor onder te brengen bij een boer in de buurt, die deze onder het hooi verstopte. In 1945 werd de motor alsnog ingebouwd. Wat in dit verband wel vreemd is dat de polder in 1942 door de hoofdingenieur van De Provinciale Waterstaat gemaand werd zuinig om te gaan met de olie. De aanwezige bedrijfsvoorraad olie werd geblokkeerd en werd als algemene reserve beschouwd. De polder kon er, behalve in noodgevallen, niet vrij over beschikken. Of het gemaal in die tijd actief was is, ook door de RGS, niet na te gaan. In november 1942 werd een overeenkomst tot gezamenlijke ontwatering gesloten met de polder Nieuw-Goudriaan, die over een geëlektrificeerd gemaal beschikte.

Er werd verteld dat onderduikers het gemaal hebben gebruikt als schuilplaats, maar dat is niet bevestigd. Wel werden er op zolder kazen verstopt die bestemd waren voor de Duitsers.

In een taxatierapport van de Onderlinge Brandwaarborgmaatschappij uit 1945 is te lezen dat het gebouw molestschade heeft geleden tijdens een beschieting van de brug van de kruising

N 214 – N 216. Op 22 april 1946 werd het gemaal officieel in gebruik genomen. In 1947 verleende het rijk een vergoeding voor schade aan het schuurtje en het Crossley dieselgemaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De laatste machinist

Vas de Kreij nam op 1 januari 1965 op 72 jarige leeftijd afscheid als machinist en polderbode. Jacob Dirk de Leeuw werd voor een jaar benoemd als machinist en werd opgevolgd door Henk van Wijk, machinist en polderbode. Deze verdiende hiermee respectievelijk ƒ 1700 en ƒ 100. Henk was boerendaggelder en woonde met vrouw en elf kinderen in het veerhuis van het Pinkeveer. Als daggelder kon Henk makkelijk weg en hij deed dit graag voor de extra inkomsten. Hij was in het geheel niet technisch onderlegd, maar na wat uitleg was hij na enige tijd toch machinist. De motor moest worden gesmeerd en het ‘eerste gat’, het rooster dat het vuil tegenhield voor de watergang van het schoepenrad, moest worden schoongehouden. Grote reparaties werden uitbesteed. Ook ’s avonds en ’s nachts moest Henk naar het gemaal om op de afgesproken tijden te kunnen draaien. In de winter moest het koelwater van de motor afgetapt worden en moest de volgende dag weer worden bijgevuld om te kunnen malen. Het vullen gebeurde door met een emmer water een ladder naar de zolder te beklimmen. Een trap was er nog niet.

 

Politie Post kwam wel eens bij de kachel een kopje koffie drinken, maar dan moest wel eerst de met een fuik gevangen vis uit het zicht gelegd worden. Dieven wisten het gemaal ook te vinden.

De brommer van Henk en een radiootje werden eens ontvreemd. In de jaren ’60 bracht zoon Jos met de brommer regelmatig een in kranten gewikkeld pannetje eten of een thermoskan soep naar zijn vader. Later kwam Henk in dienst van het Waterschap De Overwaard, waar hij tot zijn pensioen in 1980 bleef.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe bestemming

De Crossley dieselmotor heeft dienst gedaan tot 1980. In dat jaar werd besloten over te gaan op een volledig geautomatiseerde, elektrische bemaling.

In de jaren negentig is het gemaal door het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden voor een gulden verkocht aan de Geschiedkundige Vereniging Giessenburg en Schelluinen. De middelen voor een grondige restauratie ontbraken echter en daarom is het gemaal in 2001 in erfpacht uitgegeven aan de Stichting Uitvoering Landschapsplan Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (STUV).

Het gebouwtje, het scheprad en de motor waren zwaar beschadigd en er was brandschade. Er werd zelfs gedacht dat verzamelaars onderdelen van de motor hadden meegenomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De STUV heeft het gemaal in de jaren erna, met hulp van vrijwilligers, opgeknapt en ingericht als meditatief centrum genaamd De Schuilplaats. Er werden een toilet en picknickplaats gemaakt, die konden worden gebruikt door wandelaars, fietsers, kanoërs en ruiters. Er werden financiële bijdragen geleverd door de gemeente Giessenlanden, de Stichting Rotterdam, het Bestuurlijk Platform Groene Hart, kerken en individuele kerkleden.

 

In 2003 en 2004 zijn het scheprad, de (voor)watergang naar de Smoutjesvliet, de heul onder de Postkade en de (achter)waterloop gerestaureerd c.q. vernieuwd. De motor werd met onderdelen uit een in Shropshire onder het hooi gevonden soortgelijke motor opgeknapt. Deze werd aangeschaft voor 450 Pond. Ondanks de inspanningen van de vrijwilligers lukte het niet om de onvolledige motor goed aan de gang te krijgen. De motor draaide op één cilinder en kon warmgedraaid net het rad ronddraaien.

 

Tussen 2001 en 2005 werd ruim 165.000 euro besteed aan het herstel van het gemaal, maar

door gebrek aan toezicht werden vernielingen aangericht en werd besloten het gebouw te sluiten. De STUV bevond zich in liquidatie, zodat een einde kwam aan de erfpacht. Het gemaal zou weer in volle eigendom komen van het Waterschap Rivierenland. Het waterschap had het gemaal echter niet nodig voor waterstaatkundig beheer, maar had wel belang bij de ondergrond vanwege de boezemkade waarop het gemaal ligt. Daarom werd besloten dat de erfpacht zou worden overgenomen door de RGS. In 2013 werd het gemaal overgedragen aan de RGS. Het bestuur stelde wel een aantal voorwaarden: een goede staat van onderhoud of geld dat hiervoor gebruikt kon worden, vrijwilligers om de zaak draaiende te houden en zicht op een gezonde exploitatie. In de zomer van 2013 werd een restauratieplan opgesteld. De kosten werden geraamd op 26.620 euro. De motor moest worden gerestaureerd, het scheprad hersteld, de toegang opgeknapt en het achterstallig onderhoud aan het gebouw weggewerkt. In mei 2014 werd een begin gemaakt met de werkzaamheden, die dankzij vrijwilligers binnen de begroting konden worden uitgevoerd.

Er is meer dan 1650 uur gewerkt door o.a. Arie Molenaar, Joop Vlot, Jan-Willem den Hertog, Jan Verheij, Jan Smit, Gerrit van Werd, Cees van der Vliet en Ig Vermeulen.

Er werden subsidies beschikbaar gesteld door Waterschap Rivierenland, de provincie Zuid-Holland, het regiofonds van de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden, de RGS en de Europese overheid (via Leader Plus).

Het opknappen van de Crossley dieselmotor had wat voeten in de aarde. Veel onderdelen waren zoekgeraakt. Een aantal werd teruggevonden, maar sommige moesten nieuw worden gemaakt. De tweecilinder Crossley motor is bijzonder zeldzaam. Er zijn er hooguit twee in Nederland en deze motor is de enige die weer in bedrijf is gekomen. Het gros van de motoren werd met één cilinder uitgerust en de fabrieken zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd en nooit weer opgebouwd.

 

Het interieur, de buitenkant en de omgeving van het gemaal werden grondig opgeknapt. Het schoepenrad aan de buitenkant werd van roest ontdaan en kan nu weer water wegwerken. Het gemaal heeft geen echte functie meer, de polder wordt nu drooggehouden door het elektrische vijzelgemaal dat een paar meter verderop staat. Het gemaal wordt ‘maalvaardig’ gehouden en kan op verzoek van het Waterschap dienst doen als noodgemaal. Het heeft een waterverplaatsing van

56 m³/minuut en een opvoerhoogte van 90 cm.

 

Op 17 april 2015 werd het gemaal officieel heropend door W. ten Kate, burgemeester van Giessenlanden en A. Bassa, heemraad van het Waterschap Rivierenland. Besloten werd het gemaal de historische naam Over- en Neder-Slingeland te geven. In november kende de Nederlandse Gemalenstichting de Gemalenpluim 2015 toe aan de RGS.

Het gemaal kan op aanvraag worden bezocht door belangstellenden en is geopend op de jaarlijkse Gemalendag (de tweede zaterdag in mei), op de jaarlijkse Open Monumentendag (de tweede zaterdag van september) en op de tweede zaterdag van mei tot en met oktober.

De picknickplaats is het gehele jaar te gebruiken.

 

Ig Vermeulen en Riët Timmerman

 

Bronnen:

  1. Schriftelijke informatie J.A. Klein, Regionale Gemalenstichting Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.
  2. Archief polder Over- en Nederslingeland. Regionaal Archief Gorinchem.
  3. Diverse kranten en documenten in bezit van Ig Vermeulen. Diverse kranten van internet.
  4. Voortgangsrapportage project De Schuilplaats. Landschapsplan Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, 2002, 2006.
  5. Informatieblad t.b.v. de Zuid-Hollandse Waterdagen. Erfgoedhuis. ZH.
  6. Mondelinge informatie Jos van Wijk en Piet Schreuders.
  7. www.molendatabase.org.
  8. De Boerderij, 21mei 1946.
  9. Teixeira de Mattos, Jhr. L.F. (1929) De Waterkeeringen, Waterschappen en Polders van Zuid-Holland (deel 4).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het dieselgemaal Over- en Neder-Slingeland na de restauratie.